Als wij in de wereld kijken, zorgen onze hersenen ervoor dat wij wit als wit zien. Wij zijn eigenlijk uitgerust met een stukje goede witbalans “software”.  Kijk je bijvoorbeeld naar een witte kaars binnen, of naar dezelfde kaars buiten eender de kleurtemperatuur van het licht, zien wij nog steeds dezelfde witte kaars. Onze hersenen dragen daar goed zorg voor. Hoe anders reageert onze videocamera. Een camera (video of foto) interpreteert de kleuren anders als onze ogen en hersenen.

Een camera moet het stellen zonder deze “automatische” correctie functie van onze hersenen. In het geval van onze witte kaars, kan dat betekenen dat de kaars er op beeld een beetje blauwig uitzit als hij buiten is gefilmd, en dezelfde witte kaars kan een gele of oranje zweem hebben als deze binnen wordt gefilmd. Dat betekent dus, dat onze camera’s, hoe modern ook, niet juist omgaan met de juiste kleurtemperatuur.

Kijk eens even naar deze weergave van de verschillende kleurtemperaturen:

kleurtemp

 

Wat je kunt zien is dat er een groot verloop zit tussen de kleurtemperaturen. En dit is dan nog maar de meest eenvoudige weergave. Elke lichtbron heeft zijn eigen kleurtemperatuur. Onze hersenen dragen er zorg voor dat de kleuren bijna 100% correct voor ons te zien zijn. In onze hersenen wordt dat keurig geregeld. Onze camera lukt dat dus niet. Als ik ga filmen bij een brandende kaars, zal ik mijn kleurtemperatuur moeten instellen bij die lichtbron. Ga ik even later de zonsopgang filmen, zie je dat ik de kleurtemperatuur alweer moet veranderen. Ik zeg dan wel kleurtemperatuur, maar natuurlijk betekent dit dat ik met de witbalans aan de slag moet.

De meeste videocamera’s beschikken over een schakelaar of menukeuze, voor een witbalans voor binnen of buiten. Beide standen zijn een “bij benadering” en dus nooit 100 % juist. . Deze standen werken meestal als er maar een lichtbron is die ook nog eens niet veranderd van kleurtemperatuur.  Krijg je deus meerdere lichtbronnen met meerdere kleurtemperaturen, dan is er dus sprake van een menglicht. En juist in die gevallen zullen deze standen zich niet automatisch aanpassen. De standen zijn echt gemiddelde waardes, en nooit een juiste waarde. Vandaar ook dat er altijd wel een kleine kleurzweem aanwezig zal zijn.

Een oplossing voor dit gebeuren is natuurlijk de witbalans keer op keer handmatig in te stellen.

Hoe maak je een goede witbalans.

Op vele video camera’s heb je daar een knopje voor en is dit eenvoudig te doen. Op een DLRS is dat meestal iets meer werk. Het witten kan op verschillende manieren. Sta je ergens en je hebt geen wit vel papier bij je, kies je voor een wit oppervlak in de ruimte waar je de persoon gaat filmen. Zet je camera neer waar je gaat filmen en zoom in op het witte voorwerp. Druk dan een keer op de “wit” knop en je kan gaan filmen. Ga je je camera verplaatsen of je gaat naar een andere ruimte, denk er dan even aan je witbalans opnieuw in te stellen. Wat makkelijk is om een a4 bij je te hebben (een wit vel) waar je een witbalans mee kan uitvoeren. Je bent dan niet afhankelijk van een wit voorwerp in de buurt. Een witbalans maken met een A4 is ook niet echt moeilijk. Zet het papier voor het voorwerp, zoom in met je camera en druk op de witbalans knop. Je camera weet nu wat wit is, en zal de overige kleuren automatisch daarmee corrigeren. ook hier geldt natuurlijk…. als je je verplaatst, maak een nieuwe witbalans.