DE GESCHIEDENIS VAN LUMIÈRE

Historie

Lumiere Brothers

De filmersclub Lumière is genoemd naar de gebroeders Lumière, beide broers zijn begonnen met filmen in de 19e eeuw. De gebroeders Lumière, Auguste Marie Louis Nicholas Lumière (Besançon, 19 oktober 1862 – Lyon, 10 april 1954) en Louis Jean Lumière (Besançon, 5 oktober 1864 – Bandol, 6 juni 1948), waren Franse zakenlieden en filmpioniers. Met de uitvinding van de cinématographe, ’s werelds eerste projectieapparaat, waren zij een van de grondleggers van de cinematografie. Louis Lumière wordt dan ook vaak “de vader van de cinema” genoemd.

In 1893 namen de broers de zaak over. Hun vader had een demonstratie van de kinetoscoop van Edison gezien, en spoorde de broers aan om zelf ook een dergelijk apparaat te ontwikkelen. Zij patenteerden enkele belangrijke processen als de geleidingsgaten.

Op 13 februari 1895 namen de broers het octrooi op een uitvinding van hen, de cinématographe. Dit apparaat was een filmcamera en filmprojector in één. Het was in staat om filmbeelden op te nemen, deze te ontwikkelen en vervolgens te tonen op een scherm voor publiek.

Op vrijdagavond 4 april 1952 werd in een zaal van het toenmalige hotel “ ’t Silveren Seepaerd” de smalfilmclub Lumière opgericht. Initiatiefnemer was de heer Teune, tot aan zijn overlijden erelid van onze club.

Begin periode

Overige namen uit deze beginperiode zijn de heren Renardel de Lavaltte, Zaadnoordijk en van den Tooren. De laatste is jarenlang voorzitter van Lumière geweest en tot in de jaren zeventig lid gebleven.

Lumière is een van de oudste filmclubs van Nederland en heeft op grootse wijze haar 40 en 50 jarig jubileum gevierd in het Academisch Genootschap aan de Parklaan.In de loop van de jaren was het onderkomen van Lumière achtereenvolgens: ’t Silveren Seepaerd, lunchroom van Dam, kelder in de bierfabriek Coolen, Tivoligebouw, lunchroom de Bus, boerenschuur in Philipswijk-Son, hotel Cocagne, Old Dutch, Stad Rotterdam, boven een café in de Grote berg, café den Thiel Tongelresestraat, wijkgebouw ’t Karregat, café de Rotonde, Turks vrouwencentrum en ’t Trefpunt.

 

Succesvolle leden

Lumière heeft een aantal leden gehad die zeer succesvol waren in de amateurfilmwereld.Peter Reijnders, later een van de oprichters van de Efteling. Jan Melis die in 1958 de animatiefilm “Blanken en kleurlingen”maakte met wasknijperfiguren en daarmee goud won op de nationale- en zelfs op de internationale amateurfilmmanifestatie. Henk van Wijhe maakte een reeks 16 mm documentaires over onderwerpen in Eindhoven en omgeving die nu tot de schatkamers van historisch filmmateriaal behoren. Frans Hoofd was een van de weinigen die zich op amateurniveau bezig hield met het maken van 3D computeranimatie films, waarmee hij vele nationale- en internationale prijzen behaalde.

Zeer regelmatig zijn films van Lumièreleden in de loop der jaren vertoond op de Nationale NOVA manifestatie. Hierbij noemen we Jan Kanters, Willy Pot, Marius Koenen, Wim van Osch, Jan Govers, Jan van den Broek, Frans Hoofd, Phocas Kroon, Paul Wolff en Martin van Thiel.

In de beginjaren werd er gefilmd op dubbel 8 film. Dit was in feite een 16 mm film waarbij eerst beelden op de linkerhelft werden opgenomen. Was het rolletje op dan werden de spoeltjes van de film in een absoluut donkere ruimte omgewisseld en werden de beelden verder op de rechterhelft vastgelegd. In de ontwikkelcentrale werd de film gesplist en beide helften aan elkaar geplakt. Tot de komst van de kleurenfilm in de 60er jaren was alles zwart-wit en waren er zelfs amateurs die hun films zelf ontwikkelden!

Een beperkt aantal leden filmden op het professionele 16 mm formaat.

De introductie van het super 8 formaat in een cassette was een doorbraak voor de amateurfilmerij. Duizenden camera’s werden verkocht. Bij een open dag van Lumière in Cocagne moesten we, vanwege de enorme aanloop, snel verhuizen naar de grootste zaal van het hotel. Toch is er al die jaren maar een klein percentage camerabezitters die van filmen een echte hobby maken en lid worden van een filmclub.

Overgang van film naar video

De overgang van film naar video in de jaren 80 was voor Lumière een moeizame en lange weg. De beeldkwaliteit van super 8 bleef superieur in vergelijking met de eerste videosystemen. Ook het monteren van video ging moeizaam. En dan hebben we het nog niet eens over de bakbeesten van camera’s met losse videorecorder (de z.g.n. herniasets)!

De meeste leden bleven op super 8 filmen ondanks de zeer complexe methode om een goede geluidsmix te maken. De meeste films werden nagesynchroniseerd (dus geen live geluid opname tijdens het filmen). Er werd gewerkt met bandrecorders met gaatjes banden, die gekoppeld waren aan de projector. De eindmix werd dan meestal overgezet op een smalle magneetstrook die je kon laten aanbrengen op je film.

Pas bij de komst van de camera’s met ingebouwde recorder, super VHS en high 8 systemen begon het ergens op te lijken. De introductie van de PC montage in de jaren 90, en kort daarna de digitale camera’s, hebben hier voor de echte doorbraak gezorgd.

Lumière dankt zijn lange bestaan aan de belangstelling en inzet van de leden die de club in beweging hebben gehouden.